Eigenheid onderwijsniveaus

Het onderwijs in Vlaanderen is ingedeeld in verschillende niveaus: het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs. Elk onderwijsniveau heeft eigen regels. De grondwet verplicht de overheid om deze regels vast te leggen in decretale teksten. Omdat de Vlor advies geeft over alle decreten die de Vlaamse Regering indient bij het Vlaams Parlement, gaat een belangrijk deel van zijn adviezen over wijzigingen en herzieningen van die regelgeving. Als de regering een grote hervorming van een onderwijsniveau op stapel zet, dan zal de Vlor advies geven bij alle stappen in die hervorming en niet alleen bij de uiteindelijke tekst van het decreet.

Eigenheid van het basisonderwijs

Het basisonderwijs heeft een eigen missie. De visie van de Vlor daarop vertaalt zich in 10 krachtlijnen. Deze tien krachtlijnen vormen de toetssteen bij elk advies dat de Vlor over het basisonderwijs uitbrengt.

Vertrekkende vanuit de krachtlijnen voor een sterk basisonderwijs, pleit de Vlor ook voor een toekomstgericht en legislatuuroverschrijdend actieplan voor het basisonderwijs. De raad formuleerde voorstellen van concrete maatregelen die noodzakelijk om het basisonderwijs toekomstgericht te versterken en de vele uitdagingen die zich ook op dit moment reeds stellen aan te gaan.
 

Modernisering secundair onderwijs

Sinds het rapport van de commissie Monard van 2009 discussieerden opeenvolgende regeringen over een hervorming, later de modernisering, van het secundair onderwijs. De verschillende ministers hebben hierover ook beleidsteksten geschreven en voor advies voorgelegd aan de Vlor. Doorheen die verschillende adviezen ontstond tussen de partners in de Vlor steeds meer eensgezindheid over belangrijke aspecten. Daarbij was er altijd veel aandacht voor de gevolgen van de voorstellen over het secundair onderwijs voor de andere onderwijsniveaus en voor de doorstromingsmogelijkheden van de leerlingen. Sinds het najaar van 2017 liggen de structuur en de organisatie vast van het gemoderniseerd secundair onderwijs, dat moet ingaan op 1 september 2019.

Hoger beroepsonderwijs (hbo5)

De Vlor heeft een actieve bijdrage geleverd aan het debat over de totstandkoming van het hoger beroepsonderwijs. De raad vindt het een belangrijk onderwijsniveau dat kan inspelen op specifieke vragen op de arbeidsmarkt naar ‘middengeschoold’ personeel. Aan de andere kant kan het ook een tweede kans bieden aan lerenden om door te stromen naar het hoger onderwijs. De Vlor vindt het belangrijk dat zowel generatiestudenten als zij-instromers optimaal gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die het hoger beroepsonderwijs biedt.

Integratie hoger onderwijs

Het Vlaamse hoger onderwijs is de laatste decennia grondig hervormd. Onder invloed van het Bolognaproces werd via het structuurdecreet de bachelor-masterstructuur ingevoerd en werden associaties opgericht. Ook de flexibilisering werd een feit. Het flexibiliseringsdecreet bepaalt dat vanaf 2004 het hoger onderwijs met studiepunten werkt (en niet meer met studiejaren). Ook worden credits en EVC/EVK ingevoerd. Vanaf dan worden bovendien alle masteropleidingen in Vlaanderen academische opleidingen. Ook die van de hogescholen. Dit betekent dat onderwijs en onderzoek er sterk verweven zijn. Hiermee wordt het academiseringsproces ingeluid. In 2012 wordt dit proces afgerond met de integratie van de academische opleidingen van de hogescholen in de universiteiten. De hogescholen focussen zich vanaf nu op de professionele bacheloropleidingen. De kunstopleidingen komen terecht aan de Schools of Arts waarvoor de hogescholen verantwoordelijk blijven.

In 2008 wijzigt het financieringsmechanisme van het hoger onderwijs grondig. Met het nieuwe financieringssysteem wilde de decreetgever een transparanter systeem creëren dat meer voorspelbaar zou zijn. Hij wilde hiermee ook de efficiëntie, diversiteit en flexibiliteit van het hoger onderwijs bevorderen. Daarbij wilde hij een sterk studierendement belonen en studievertraging ontmoedigen door de studievoortgang en de succesvolle uitstroom te belonen. Het nieuwe financieringsmechanisme stoelt gedeeltelijk op inputfinanciering en gedeeltelijk op outputfinanciering.

Volwassenenonderwijs

De organisatie van het volwassenenonderwijs werd met het decreet volwassenenonderwijs van 2007 op verschillende vlakken grondig gewijzigd. Zo werd het hbo5 en de specifieke lerarenopleiding ingekanteld in het hoger onderwijs, werd de financiering van de CVO en de CBE hervormd en is er een schaalvergroting tussen de CVO opgestart. Deze hervormingen treden op 1 september 2019 in werking. Ook werden de opdracht en de doelgroep van het volwassenenonderwijs aangescherpt en geconcentreerd rond de volgende elementen: tweedekansonderwijs, geletterdheid, Nederlands tweede taal; en levenslang en levensbreed leren. Daarbij moet een prioritaire focus gelegd worden op kwalificerende opleidingstrajecten en kwetsbare doelgroepen. Op basis van dit geheel aan maatregelen kan gesproken worden van een nieuwe hervorming van het volwassenenonderwijs.

Het volwassenenonderwijs werkt – binnen het nieuwe regelgevende kader en de verschillende maatschappelijke ontwikkelingen – aan een toekomstgerichte visie om de aangescherpte opdracht ten volle waar te kunnen maken.

Deeltijds kunstonderwijs

Het Deeltijds Kunstonderwijs (dko), aanvankelijk ondergebracht bij het beleidsdomein cultuur, maakt sinds 1990 deel uit van het onderwijsbeleid. Deze onderwijsvorm wordt sinds dan geregeld vanuit Onderwijsdecreet II en bijkomende besluiten van de Vlaamse Regering. Omdat deze regelgeving ondertussen verouderd is, dringt de Vlor al lang aan op een niveaudecreet dko. Hiervoor hebben meerdere ministers intensief voorbereidend werk geleverd, met verschillende rapporten tot gevolg: Verdieping/ Verbreding schetste in 2008 de perspectieven voor een inhoudelijke vernieuwing van het dko; de conceptnota Kunst Verandert (2011) van minister Pascal Smet was een poging om de uitgangspunten scherp te stellen; in de conceptnota Deeltijds Kunstonderwijs (2015) schetste minister Hilde Crevits haar krachtlijnen voor een niveaudecreet dko. Over de verschillende teksten werd ook het advies van de Vlor gevraagd.

Voor de raad is het belangrijk dat het dko ingebed blijft in onderwijs. Hij beschouwt het als een vorm van levenslang en levensbreed leren die bijdraagt tot een sterkere persoonlijkheidsvorming, waarbij de lerende en zijn individueel artistiek leerproces centraal wordt gezet.