Advies over de bouwstenen voor een slagkrachtig volwassenenonderwijs

De Vlor geeft aan welke bouwstenen nodig zijn om het volwassenenonderwijs in Vlaanderen meer slagkracht te geven. Hij doet dat in opvolging van zijn strategische verkenning en de input van de deelnemers aan een studiedag. Het belang van het volwassenenonderwijs kan op die manier meer benadrukt worden en er kan vertrokken worden van een eenduidige visie. Om dit alles te kunnen realiseren, moet er een nieuw decreet volwassenenonderwijs komen.

Uitgangspunten

Voor deze bouwstenen is de Vlor vertrokken van de brede missie van het volwassenenonderwijs, die ook in het huidige decreet beschreven staat: het moet cursisten de kennis, vaardigheden en attitudes bijbrengen die nodig zijn voor de persoonlijke ontwikkeling, het maatschappelijk functioneren, het verder deelnemen aan onderwijs, het uitoefenen van een beroep of het beheersen van een taal; en het moet hen in staat stellen erkende studiebewijzen te behalen. Om dat te kunnen waarmaken, moet het volwassenenonderwijs vertrekken van volgende uitgangspunten:
  • Het volwassenenonderwijs vervult een brede maatschappelijke opdracht;
  • In het volwassenenonderwijs krijgen mensen de kans tot ‘sociale promotie’ door hun kennis en vaardigheden op peil te houden en te verbeteren;
  • Om iedereen te laten participeren aan levenslang en levensbreed leren, is er nood aan een structureel kansengroepenbeleid;
  • Het volwassenonderwijs moet zowel tegemoet kunnen komen aan de individuele leervragen, - stijlen en - motivaties van de cursist, als aan de maatschappelijke verwachtingen.

Bouwstenen

Breed aanbod om een breed publiek te bereiken
Het volwassenenonderwijs bestaat nu uit vier structuuronderdelen die elk de troeven in zich hebben om hun doelgroep te bereiken: de basiseducatie, het secundair volwassenenonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding. De Vlor vindt deze vier structuuronderdelen dan ook cruciaal om ook in het toekomstig aanbod in het volwassenenonderwijs de participatie van kansengroepen te verhogen.
Partnerschappen
Om het brede aanbod te kunnen organiseren en om zo maatgericht mogelijk te kunnen werken, is het noodzakelijk dat het volwassenenonderwijs partnerschappen aangaat binnen en buiten het onderwijs. De Vlor adviseert om de hindernissen weg te werken die de samenwerking bemoeilijken tussen de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie en om de gelijkwaardige samenwerking van een breed veld aan partners te stimuleren.
Brede geletterdheid als opstap naar volwaardige participatie
Geletterdheidscompetenties zijn cruciaal om volwaardig te kunnen participeren aan de samenleving. Investeren in kansengroepen en geletterdheid rendeert, zowel maatschappelijk als economisch. Een structureel geletterdheidsbeleid moet inzetten op een beleidsoverschrijdende aanpak die regionale en lokale samenwerking stimuleert, ondersteunt en faciliteert. De minister van Onderwijs kan daarin een coördinerende rol op zich nemen.
Sterk uitgebouwde leertrajectbegeleiding
De grote hoeveelheid informatie en aanbod binnen het levenslang en levensbreed leren maakt het voor volwassenen complex om in het bestaande aanbod de weg te vinden. Het is belangrijk dat de leervragen (h)erkend en verhelderd worden in dialoog met de lerende, en dat in diverse levenscontexten (vrije tijd, werk, gezin, …). Daarom stelt de Vlor een duidelijke, laagdrempelige informatieverstrekking voorop. Er is nood aan toeleiding en leertrajectbegeleiding van volwassenen doorheen het brede aanbod van levenslang en levensbreed leren. De raad ziet hiervoor twee mogelijke pistes.
Leertrajecten op maat
De modularisering van het volwassenenonderwijs was een eerste belangrijke stap om trajecten meer op maat te kunnen organiseren, maar dat blijkt in de praktijk niet te volstaan. De verkaveling van de opleidingsprofielen en sommige aspecten van de huidige regelgeving in het volwassenenonderwijs (zoals de deler die bepalend is voor de financiering) vormen nog te vaak een drempel om adequaat te kunnen inspelen op de diversiteit aan leernoden en -stijlen van de cursist. Door deze hindernissen op te lossen, kan de cursist vlotter overstappen naar andere leerstelsels, kunnen methodes zoals de G-coach geïntegreerd en gefinancierd worden in het traject, kunnen geïntegreerde trajecten aangeboden worden en leertrajecten gaandeweg bijgestuurd worden op basis van gewijzigde leernoden. De centra moeten ook de bevoegdheid krijgen om EVC te attesteren.
Curriculumontwikkeling
De huidige procedure voor beroepsgerichte opleidingen in het volwassenenonderwijs neemt minimum twee volledige schooljaren in beslag. Om het onderwijsaanbod actueel te houden, adviseerde de Vlor in het verleden al dat het belangrijk is om procedures voor beroepskwalificaties, onderwijskwalificaties en opleidingsprofielen zo kort mogelijk te houden. De discussie moet echter ook breder gaan. Er is nood aan meer ruimte voor onderwijsverstrekkers om de beroepskwalificaties in een onderwijscontext te brengen, vertrekkende van het profiel van de cursist.
Kwaliteitszorg en –controle
De Vlor pleit voor een aangepast en volwaardig kwaliteitszorgkader voor de externe kwaliteitscontrole van het geheel van het volwassenenonderwijs, zodat er een krachtig en coherent kwaliteitsbeleid kan gevoerd worden. Daarnaast vraagt hij om te blijven inzetten op de netoverschrijdende uitwisseling, kennisdeling en curriculumontwikkeling.
Transversaal beleid
De Vlor raadt de minister aan om het levenslang en levensbreed leren niet enkel vanuit haar beleidsdomein te bekijken, maar over de beleidsdomeinen heen te werken aan een brede en gedragen visie die een algemeen leerklimaat en leerbereidheid in Vlaanderen bevordert. Om een mattheuseffect tegen te gaan, adviseert de Vlor de stimulerende maatregelen effectiever te richten op de groepen die het meest nood hebben aan vorming en opleiding, maar het minst deelnemen.
Download hier het volledige advies (PDF, 549.13KB)