Kwaliteitstoezicht, accreditatie en kwaliteitszorg

Het kwaliteitsdecreet (2009) bepaalt dat onderwijsinstellingen (basisonderwijs, secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs) zelf als eerste verantwoordelijk zijn voor het realiseren en bewaken van onderwijskwaliteit. Zij hebben daarbij recht op externe ondersteuning door pedagogische begeleiding. Omdat die autonomie een belangrijke factor is voor het realiseren van onderwijskwaliteit, waakt de Vlor erover dat de overheid dit consequent doortrekt. Dat betekent echter niet dat de Vlor elke vorm van verantwoording van het onderwijsveld tegenover de financierende/subsidiërende overheid afwijst. Het is onder meer aan de inspectie om binnen haar decretale opdracht te controleren of instellingen aan hun verplichtingen tegemoet komen.

Ook voor de hoger onderwijsinstellingen is het een prioriteit om voldoende autonomie te hebben om het onderzoek en onderwijs gestalte te geven. Vlaanderen koos in 2017 resoluut voor een nieuw accreditatiesysteem waarbij de instellingsreview centraal staat. Via een instellingsreview moeten hogescholen en universiteiten voortaan elke zes jaar zelf aantonen dat ze de kwaliteit van de eigen opleidingen borgen. De basis blijft de accreditatie van iedere erkende opleiding (graduaat, bachelor of master) door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Nieuw is echter dat een hogeschool of universiteit niet langer per individuele opleiding een procedure moet doorlopen om deze te accrediteren.

De Vlor hecht daarnaast veel belang aan duidelijke en transparante afspraken, met bijzondere aandacht voor garanties om de planlast te beheersen. De Vlor gaf reeds zeer vroeg in het beleidsproces advies over de beoogde aanpassingen van het (externe) kwaliteitszorgsysteem in het hoger onderwijs. Op die manier kreeg co-creatie een belangrijke plaats. De raad beschouwt het nieuwe systeem van de instellingsaccreditatie als een veelbelovende keuze.

Net zoals de overheid wijst de Vlor scholenrankings op basis van leerlingenprestaties af. Voor het hoger onderwijs leverde de Vlor een actieve bijdrage aan de discussie over transparantie-instrumenten: instrumenten die informatie op vergelijkbare manier aanbieden, op basis van een gezamenlijk overeengekomen format. Deze instrumenten kunnen leiden tot rankings. De Vlor leverde ook een bijdrage aan het debat over het publiek maken van informatie over scholen.