Voorwaarden voor kwaliteitsvolle proeven in onderwijs Advies over het beleidsvoornemen om gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven in te voeren

Onderwijsminister Ben Weyts wil in alle scholen van het leerplichtonderwijs gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven invoeren. Die GGG-proeven zijn voor het secundair onderwijs voorzien vanaf het schooljaar 2022-2023. Voor het lager onderwijs zijn ze gepland vanaf het schooljaar 2024-2025.

Het gaat om een fundamenteel beleidsproces dat reeds opgestart is zonder dat er draagvlak is. De operationele stappen om die beleidsambitie vorm te geven, volgen elkaar snel op. Bovendien moeten de proeven meerdere doelen dienen. De Vlor vraagt zich af of de verwachtingen van de overheid realistisch en terecht zijn. Het nieuwe steunpunt is ook van start gegaan zonder de resultaten van de haalbaarheidsstudie af te wachten.

De Vlor wil een aantal essentiële strategische voorwaarden op de agenda zetten en op korte termijn hierover in gesprek gaan met de minister en de overheid.

Belang van een eenduidig doel

Voor de Vlor moet kwaliteitsontwikkeling de focus zijn bij het bepalen van het doel van de proeven. Daar mogen geen rechtstreekse gevolgen aan verbonden zijn voor leerlingen, leraren en scholen. Zo mogen de proeven geen gevolgen hebben voor studievoortgang, -oriëntering en attestering of leiden tot een verplicht begeleidingstraject voor scholen.

In een ontwikkelingsgericht gebruik van de proeven schuilt hun potentiële meerwaarde. Onder de juiste condities kan de informatie uit proeven scholen ondersteunen om verantwoordelijkheid op te nemen om hun eigen onderwijskwaliteit te ontwikkelen.

Een ontwikkelingsgericht gebruik biedt ook de beste garanties om positieve effecten te maximaliseren en een oneigenlijk gebruik of ongewenste effecten te vermijden. Hoe groter men de belangen en de gevolgen van de proeven ervaart, hoe groter de risico's op negatieve effecten.

De Vlor is zeer bezorgd over de openbaarheid van de resultaten van de proeven. Wanneer die publiek zijn, zal dat gepaard gaan met ongewenste effecten, zoals rankings. Er is een degelijk juridisch kader nodig om de privacy van leerlingen en de anonimiteit van scholen te garanderen. Er zijn ook stevige garanties nodig dat de proeven niet zullen leiden tot een verenging van het streefbeeld bij leerlingen (wat zij moeten kennen) en bij scholen (welke kwaliteit ze moeten realiseren).

Versterken proces

In alle fasen, van ontwikkeling tot implementatie en evaluatie van de proeven, moeten alle relevante stakeholders in het onderwijsveld betrokken worden. Er moet tijd genomen worden om in gesprek te gaan, mee na te denken en samen te beslissen.

De omvang van wat beoogd wordt, is groot en de tijdsdruk is zeer hoog. De Vlor vraagt om zeer zorgvuldig om te gaan met de beleidsambitie van de proeven en er voldoende tijd voor te voorzien. Enkel zo kunnen de proeven ook daadwerkelijk bijdragen tot de onderwijskwaliteit.

De Vlor dringt aan op overleg met alle onderwijspartners op basis van de resultaten van de haalbaarheidsstudie. Een snelle vrijgave van die resultaten is nodig om transparantie naar het brede onderwijsveld te bieden. De Vlor wil via een adviesvraag ook gehoord worden over de haalbaarheidsstudie en zijn rol opnemen als overlegforum van alle onderwijspartners.

Download hier het volledige advies (PDF, 372.99KB)