Advies over studierendement

De Vlor stelt vast dat ‘studierendement’ steeds meer aan belang wint in het hoger onderwijs, bijvoorbeeld in het kader van (interne en externe) kwaliteitszorg.

Definitie

Omdat niet alle partners eenzelfde definitie voor het begrip hanteren, is onderlinge vergelijking soms moeilijk. De Vlor stelt voor om studierendement consequent te definiëren als de verhouding tussen het aantal verworven studiepunten en het aantal opgenomen studiepunten per academiejaar. Daarnaast zijn ook studieduur en studie-uitval belangrijk om de prestaties van een opleiding in kaart te brengen. De Vlor stelt voor de voorgestelde definitie te gebruiken in alle externe communicatie. Als andere cijfers gebruikt worden - om te differentiëren naar doelgroep bijvoorbeeld - dan wordt dit best geduid.

Succesfactoren

Studierendement kan worden beïnvloed door zowel studentgerelateerde kenmerken (zoals leeftijd, gender en cognitieve kenmerken), als studiegerelateerde kenmerken (zoals de voorgeschiedenis in het secundair onderwijs) en contextgerelateerd kenmerken (zoals studietrajectbegeleiding en curriculumorganisatie). Welke factoren nu precies doorslaggevend zijn voor het studierendement bij een bepaalde student, in een bepaalde opleiding, aan een bepaalde instelling, … is echter heel sterk contextafhankelijk. Die factoren moeten daarom via empirisch onderwijskundig onderzoek telkens in concreto in kaart gebracht worden op de verschillende niveaus: de instelling, de opleiding, de klasgroep, etc. Het is belangrijk dat instellingen hier oog voor hebben en er de nodige middelen voor inzetten. In dat kader vindt de Vlor het belangrijk dat de overheid verder werk maakt van een kenniscentrum waar gegevens over hoger onderwijs kunnen uitgewisseld worden. Overheid en werkveld moeten er kunnen overleggen over definities en indicatoren.
Download hier het volledige advies (PDF, 239.16KB)