Advies over problematische afwezigheden in het lager onderwijs

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agodi) publiceert jaarlijks het rapport ‘Wie is er niet als de schoolbel rinkelt?’. Dit rapport vormde voor de Vlor de aanleiding om de thematiek van problematische afwezigheden in het lager onderwijs verder te verkennen.

Een specifieke problematiek in het lager onderwijs

Er is de voorbije jaren sterk geïnvesteerd in kleuterparticipatie en in de aanpak van spijbelen in het secundair onderwijs. Toch is er ook schoolverzuim in het lager onderwijs. De Vlor vraagt dat het beleid hier meer op inzet.   

Tot schooljaar 2015-2016 nam het aantal kinderen dat minstens 30 halve dagen problematisch afwezig waren in het lager onderwijs toe. Uit de meest recente cijfers van 2016-2017 blijkt een (voorlopige?) stagnatie. Dat schooljaar ging het om 3004 leerlingen (of 0,7% van de leerplichtige leerlingen in het basisonderwijs). In vergelijking met spijbelen in het secundair onderwijs liggen vaak andere oorzaken aan de basis van schoolverzuim in het lager onderwijs. Deze oorzaken moeten vaak eerder gezocht worden bij de ouders dan bij de leerling zelf. Dit oudergemotiveerd schoolverzuim kent vele vormen en vraagt om een genuanceerde kijk, zonder ouders te culpabiliseren.

Schoolbeleid

Wanneer er sprake is van onvoldoende aanwezigheid, heeft de school een sleutelrol om dit aan te pakken.  Dat moet gebeuren in samenwerking met andere partners, maar in die samenwerking is het eigenaarschap van de school belangrijk. Alle actoren moeten ook de boodschap delen dat naar school gaan belangrijk is.

Het beleid dat de school voert met betrekking tot (problematische) afwezigheden van leerlingen maakt deel uit van een breder beleid op vlak van leerlingenbegeleiding. Een brede preventieve basiszorg en vroegdetectie zijn centrale elementen. De Vlor benadrukt daarbij het belang van een verbindend schoolklimaat, het educatief partnerschap met ouders en maatwerk.

Beleidsaanbevelingen

Om werk te kunnen maken van een meer structurele, professionele aanpak, die rekening houdend met de specificiteit van de problematiek in het lager onderwijs, moet de overheid inzetten op:

  • dataverzameling en - ontsluiting;
  • effectieve administratieve processen (ten dienste van het kind);
  • een stabiel, professioneel schoolteam;
  • sterke partners buiten onderwijs;
  • de kansen van het flankerend onderwijsbeleid.
Download hier het volledige advies (PDF, 229.73KB)