Advies over de realisatie van inclusief hoger onderwijs

Iedereen die er intrinsiek de mogelijkheden voor heeft, moet maximale toegang kunnen krijgen tot het hoger onderwijs. Op grond van dit basisprincipe voor gelijke kansen, moeten ook studenten met functiebeperkingen terecht kunnen op alle hogescholen en universiteiten. Inclusief hoger onderwijs is volgens de Vlor de beste manier om deze maximale participatie te realiseren.

Met een advies op eigen initiatief wil de Raad Hoger Onderwijs het debat over inclusief hoger onderwijs opnieuw op gang brengen. Hij opent het advies met een aantal algemene principes: het recht op onderwijs en gelijke kansen, het wat en waarom van inclusief hoger onderwijs, het concept handicapsituatie en de doelgroep.

Doelstelling

Nadien beschrijft de raad wat in algemene termen nodig is vanwege instellingen, overheid en studenten voor de realisatie van inclusief hoger onderwijs. Het einddoel is alle instellingen zo toegankelijk mogelijk te maken voor studenten met functiebeperkingen zodat ook zij vrij kunnen kiezen waar ze hoger onderwijs volgen.

Basisvoorzieningen bij instellingen

Met een blik op de Engelse situatie zet de raad belangrijke basisvoorzieningen voor studenten met functiebeperkingen op een rijtje. Dit impliceert dat instellingen voor studenten met functiebeperkingen een beleid uitwerken op het vlak van toegankelijkheid van de onderwijs- en studentenvoorzieningen, inschrijvingsprocedures, informatiebeheer, procedures en organisatie van dienstverlening, examenreglement, digitale toegankelijkheid, enz.

Personeel

Om die basisvoorzieningen te realiseren, moet een instelling voldoende deskundige personeelsleden kunnen inzetten. In grote lijnen moeten zij drie functies invullen:

  • aanspreekpunt: contactpersoon verstrekt basisinformatie en verwijst door;
  • zorgcoördinator: organiseert de feitelijke begeleiding en ondersteuning;
  • steunpunt: sensibiliseert en informeert het personeel, begeleidt veranderingsproces.
De eerste twee functies zijn gericht op de student met functiebeperkingen. De derde functie is voornamelijk gericht op de instelling en haar beleid.

Eenvormige decretale regeling

Van de overheid verwacht de Raad Hoger Onderwijs een eenvormige regelgeving die de contouren van inclusief onderwijs vastlegt. De verankering van de centrale begrippen uit de antidiscriminatiewet aan de regelgeving van het hoger onderwijs, kan een hefboom zijn voor inclusie. Vragen om redelijke aanpassingen voor personen met een handicap hebben dan meer juridisch gewicht. Maar de raad benadrukt dat die redelijke aanpassingen contextgebonden zijn en altijd in verhouding moeten staan tot de draagkracht van de organisatie. Die staat of valt uiteraard met de financiering.

Basisfinanciering verhogen

De raad vraagt bijkomende middelen waarmee de instellingen hun beleid voor studenten met functiebeperkingen maximaal kunnen uitbouwen en indien nodig redelijke aanpassingen kunnen uitvoeren. Inputfinanciering met aandacht voor studentenkenmerken, eventueel aan te vullen met projectfinanciering, geniet daarom zijn voorkeur.

Rugzakfinanciering

Alle studenten met functiebeperkingen hebben recht op de nodige hulpmiddelen en kunnen bovendien best zelf bepalen welke zorg en begeleiding ze precies nodig hebben. Daarom kan de student beter autonoom over het nodige budget beschikken. De procedures en criteria voor het aanvragen en toewijzen van de bestaande budgetten voor hulpmiddelen moeten wel verbeteren. Ze kunnen overzichtelijker, logischer en beter op elkaar afgestemd worden. Het toekennen van het budget gebeurt na een assessment van de toekomstige studiesituatie in haar geheel. Welke ondersteuning heeft de student nodig voor wonen, opleiding, mobiliteit.

En de (mede)student?

De student met functiebeperkingen is zelf verantwoordelijk voor het proces van ondersteuning. Hij geeft aan dat, en in welke handicapsituatie, hij zich bevindt, en hij zorgt voor de bewijzen (bijv. vroegere attesten van CLB). De medestudenten horen betrokken te worden bij de volwaardige participatie van studenten met functiebeperkingen. Zij kunnen bijvoorbeeld vrijwillig of tegen betaling assistentie verlenen.

Tot slot vat de raad de belangrijkste standpunten uit zijn advies samen in beleidsaanbevelingen. Hij stelt ook voor om voortaan altijd de term “studenten met functiebeperkingen” te gebruiken en over deze studenten gedetailleerd cijfermateriaal bij te houden.

Download hier het volledige advies (PDF, 73.5KB)