Advies over de conceptnota EVC

De ministers van Onderwijs en Werk willen een gemeenschappelijk kader vastleggen voor de erkenning van competenties (EVC). Daarmee moet EVC binnen de verschillende beleidsdomeinen concreet vorm krijgen.

Geïntegreerd aanpakken

De Vlor benadrukt al langer het belang van EVC voor het levenslang leren binnen en buiten een formele onderwijscontext. De raad onderschrijft het belang om de huidige aanpak van EVC te stroomlijnen over verschillende beleidsdomeinen. EVC moet ook breder bekend gemaakt worden om een reële maatschappelijke impact te realiseren. Zowel bij gebruikers als bij de vraagzijde. Vooraleer de regelgeving in de verschillende beleidsdomeinen aan te passen, moet eerst de discussie ten gronde gevoerd worden met de verschillende beleidsdomeinen en vertaald worden in een EVC-decreet. De Vlor is dus geen voorstander van een te voorbarige aanpassing van de regelgeving in onderwijs.

Erkennen maar ook herkennen

Competenties erkennen moeten niet enkel mogelijk zijn in functie van de tewerkstelling en opleiding, maar ook voor zelfontplooiing en zelfwaardering. De Vlor vindt het positief dat zowel de erkenning als de herkenning van verworven competenties een plaats krijgt in de beleidsvisie. In de uitvoering wordt die herkenning echter te weinig uitgewerkt doordat er voornamelijk aandacht is voor de doorstroming naar de arbeidsmarkt.

Specificiteit van de onderwijsniveaus meenemen

In het secundair onderwijs moet het mogelijk zijn om beter in te spelen op de verworven competenties dan nu het geval is, maar moet er rekening gehouden worden met de specificiteit van het secundair onderwijs. De rol van het hoger onderwijs blijft in de conceptnota onderbelicht hoewel er een rijke ervaring bestaat met EVC-procedures.

Opletten met standaarden

De conceptnota introduceert 'EVC-standaarden' die afgeleid worden uit beroeps- of onderwijskwalificaties. De Vlor vindt dat die enkel kunnen ingezet worden ter ondersteuning van de kwaliteit en dus niet dwingend mogen zijn. Ze moeten zich beperken tot de beschrijving van de te testen competenties en mogen zich niet uitspreken over de methodes en instrumenten die moeten gehanteerd worden bij een assessment. In het advies waarschuwt de raad voor een mogelijk negatieve impact van de EVC-standaarden op drie vlakken.

Welke kwalificering?

De concepten kwalificaties, deelkwalificaties en bewijzen van competenties, hun onderlinge verhouding en de totstandkoming vragen verheldering. Voor de Vlor is het belangrijk dat deze vormen van gedifferentieerde studiebekrachtiging pas ingezet worden op een moment dat het voor een lerende in het leerplichtonderwijs niet mogelijk is om een onderwijskwalificatie te behalen. De raad verkiest hiermee duurzame boven onmiddellijke inzetbaarheid.

Hoe organiseren?

Er moet een goed evenwicht gezocht worden tussen een sturing door de vraagzijde en de noden van de gebruikers. Een goede toeleiding en begeleiding vanuit de verschillende beleidsdomeinen zijn daarbij belangrijk. Dat moet gebeuren in een transparant en laagdrempelig organisatiemodel waarbij de beschikbare expertise maximaal wordt ingezet.

Wie betaalt?

De financiering voor de organisatie van EVC moet in verhouding staan tot de geleverde inspanningen en de bestaande verschillen moeten weggewerkt worden. De financiering moet ervoor zorgen dat elke zweem van partijdigheid wordt gemeden en mag niet afhangen van de output. De raad heeft er geen probleem mee dat een gebruiker een bijdrage moet doen voor een EVC-procedure, maar vindt het belangrijk dat er transparantie is over de persoonlijke bijdrage. Het is belangrijk een doelgroepenbeleid te voeren.
Download hier het volledige advies (PDF, 236.61KB)