Bijkomende onderwijsbevoegdheid en overheveling cvo voor 1 september 2026Advies over bijkomende onderwijsbevoegdheid en overheveling cvo voor 1 september 2026
Dit advies heeft betrekking op de aanvragen van de centra voor volwassenenonderwijs die uiterlijk op 15 februari 2026 werden ingediend bij AHOVOKS om bijkomende onderwijsbevoegdheid te verkrijgen op 1 september 2026. Een van de aanvragen gaat over een overheveling van onderwijsbevoegdheid
Een van de vijf dossiers voor onderwijsbevoegdheid voor NT2 richtgraad 1 en 2, is sterk doelgroep‑ en contextgericht. Deze specifieke aanvragen krijgen een negatief advies van het Agentschap Integratie en Inburgering (AGII) omdat ze worden beoordeeld binnen het reguliere NT2‑aanbod in de vestigingsplaats, gericht op een brede doelgroep van anderstaligen.
Nochtans sluiten zulke aanvragen aan bij beleidsintenties, zoals NT2‑aanbod voor ouders van schoolgaande kinderen, met bewezen meerwaarde. De Vlor ziet daarom af van advisering van deze aanvragen en pleit bij de uitvoering van het regeerakkoord voor passende randvoorwaarden en een flexibeler kader.
De Vlor stelt vast dat de problematiek rond specifieke aanvragen zich ook in andere studiegebieden voordoet, niet alleen bij NT2. Het gaat vaak om kleinschalige, context of doelgroepgerichte initiatieven die gekoppeld zijn aan partnerschappen of een beperkte looptijd. Hoewel deze aanvragen waardevol en complementair kunnen zijn, laat het huidige alles-of-niets-kader geen ruimte voor zulke programmaties. Bovendien kan een volledige onderwijsbevoegdheid andere centra in dezelfde regio later uitsluiten, zelfs wanneer samenwerking mogelijk is. De Vlor pleit daarom voor een flexibeler en fijnmaziger instrumentarium dat gerichte, afgestemde NT2 of AAV-initiatieven mogelijk maakt.
Het volwassenenonderwijs ondergaat ingrijpende veranderingen door beleidsmaatregelen, die tegelijk hervormingskansen en onzekerheid creëren. Die onzekerheid weegt op het HR-beleid van de centra, die leraren moeten behouden en nieuwe profielen aantrekken.
Volgens de Vlor leiden recente ingrepen tot een verschraling van het aanbod, met minder studiegebieden per centrum. Daardoor komt arbeidsmarktrelevant aanbod onder druk en neemt de concurrentie tussen centra toe, wat samenwerking bemoeilijkt. De Vlor pleit daarom voor een stabiel kader en een langetermijnvisie die kwaliteit, relevantie en maatschappelijke impact waarborgt.
De Vlor vraagt tenslotte dat de centra zo vroeg mogelijk worden geïnformeerd over de beslissing van de Vlaamse Regering.