Verwijs flexibele studietrajecten niet naar de prullenmand

De Vlaamse Onderwijsraad publiceerde recent een advies op eigen initiatief over de instroom en doorstroom in het hoger onderwijs, met wegwijzers voor een kwaliteitsvol studietraject. Dat studietraject is de voorbije decennia een stuk flexibeler geworden en vandaag voer voor maatschappelijk debat. “Het zou een vergissing zijn om die flexibiliteit naar de prullenmand te verwijzen”, vindt Nele van Hoyweghen. Die studeert sociologie aan UGent en is ook en vooral voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Studenten.

“Flexibele studietrajecten blijven noodzakelijk”, benadrukt die. “Ze hebben de toegang tot het hoger onderwijs verbreed en maar goed ook, want we hebben steeds meer hoogopgeleiden nodig. Flexibiliteit legt de lat niet lager, maar het maakt wel dat meer studenten met talent en interesse succesvol zijn in hun studieloopbaan. Denk aan studenten die werken om hun studies te kunnen betalen, mantelzorger zijn of zelf een bepaalde zorgnood hebben. Onze samenleving heeft hun talenten nodig, en dankzij de flexibilisering kunnen zij dat ook waarmaken. Als een iets langere studieduur hen de kans geeft om hun interesses en capaciteiten te ontplooien, dan is dat een meerwaarde, zowel voor hen als voor de maatschappij.”

Werkgevers vragen steeds vaker werkervaring, ook van schoolverlaters. Dan is het niet zo gek dat ze die ervaring al tijdens hun studies proberen op te bouwen, via studentenarbeid of via vrijwilligerswerk. Dat staat studeren niet in de weg.
Nele Van Hoyweghen, voorzitter Vlaamse Vereniging van Studenten
cover_cfayepynaert_nele_vanhoyweghen_o8a2685.jpg

Bovendien zijn de eisen groter geworden voor jongeren die na hun studie hun weg zoeken op de arbeidsmarkt. “Werkgevers vragen steeds vaker werkervaring, ook van schoolverlaters. Dan is het niet zo gek dat ze die ervaring al tijdens hun studies proberen op te bouwen, via studentenarbeid of via vrijwilligerswerk. Dat staat studeren niet in de weg. Het verrijkt net je studieloopbaan.”

Sommige experten werpen de vraag op of we nog wel zoveel hooggeschoolden nodig hebben, terwijl er een groot tekort is aan technisch geschoolde mensen op de arbeidsmarkt. “Dat zijn twee waardevolle debatten, maar we moeten die niet op een hoop gooien. Iedereen die wil studeren, moeten kunnen verder studeren. Dat is een recht dat de voorbije jaren toegankelijker geworden is, en daarop terugkomen zou een vergissing zijn. Tegelijk zie je dat er nog altijd een bepaalde hiërarchie bestaat tussen de jobs. Jobs voor hoger geschoolden krijgen meer maatschappelijke waardering dan jobs voor mensen die technisch geschoold zijn. Dat speelt bij studenten, maar zeker ook bij hun ouders en hun leerkrachten.

Leerwaaier in plaats van leerladder

Daarom ben ik blij dat het advies van de Vlaamse Onderwijsraad een leerwaaier naar voor schuift als basis voor studie-oriëntering en niet langer een leerladder. In het secundair onderwijs zou die studiekeuze moeten bestaan uit evenwaardige opties, en niet van hoog naar laag.  Geef scholieren ook voldoende tijd om zich te oriënteren. Nu begint dat studiekeuzeproces pas in het zesde middelbaar en dat is te laat. Geef leerlingen de tijd om verschillende keuzes te overwegen, om proeflessen te volgen, het gesprek aan te gaan met studenten en vooral ook om te twijfelen en van idee te veranderen. Een meer overwogen studiekeuze bij de start kan veel uitval en verlenging van de studieduur voorkomen.”

Komen scholieren voldoende voorbereid aan de start van het hoger onderwijs? “We merken dat die uitdaging groter wordt en daar heeft het lerarentekort veel mee te maken. Dat kun je scholieren of studenten natuurlijk niet verwijten. Het zorgt er wel voor dat er ook tijdens hogere studies soms nog remediëring nodig is. Ook dan is het belangrijk dat studenten daar voldoende ruimte voor hebben en bijvoorbeeld kleinere pakketten per academiejaar opnemen. Dat starttoetsen gebruikt worden om die nood aan remediëring bloot te leggen, kan een deel van de oplossing zijn. Het kan wel niet de bedoeling zijn om die toetsen als toegangspoort te gebruiken. Starttoetsen zijn geen ingangsexamens.”