Programmaties buitengewoon basisonderwijs 2023-2024

De Vlor heeft zijn advies klaar voor 16 programmatieaanvragen voor het buitengewoon onderwijs. Dat gebeurt op basis van de criteria zoals die door de Vlaamse Regering vastgelegd zijn in haar besluit van 17 juni 1997: 

  • ​Werd er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité en wat is de inhoud van het protocol en is er overleg gepleegd met de schoolraad en wat is het resultaat van het overleg? 

  • ​Heeft de oprichting betrekking op het niveau basisonderwijs of op het niveau kleuteronderwijs of lager onderwijs afzonderlijk? 

  • ​Worden in het programmatievoorstel de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. 

  • ​Wordt, in relatie tot het reeds bestaande aanbod van het type of programmatieaanvragen van andere scholen voor hetzelfde type buitengewoon onderwijs, een redelijke spreiding beoogd, rekening houdend met de groep en het bestaande aanbod, met de wetenschappelijk te verwachten prevalentie en met het oog op een optimale organisatie van het leerlingenvervoer. 

  • ​Worden de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden voor de te programmeren doelgroep in kaart gebracht, en als dat niet het geval is, wordt dat dan afdoende gemotiveerd? 

  • ​Beschikt de school over de nodige expertise voor het bijkomend aanbod in de programmatieaanvraag? 

  • ​Zijn er recent inspanningen geleverd om het personeel te professionaliseren voor het nieuwe type of zijn dergelijke inspanningen gepland? 

  • ​Heeft de school de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen voor het type dat ze wil programmeren? 

​Procedure nieuw op te richten scholen voor nieuw type 

​Decretaal is er nu de mogelijkheid om een nieuwe school op te richten met één type. Vanuit die decretale mogelijkheid is er een oproep van minister Weyts aan de onderwijsverstrekkers gebeurd om hier gebruik van te maken en zo veel mogelijk nieuwe plaatsen te creëren. Schoolbesturen komen graag aan die oproep tegemoet en wensen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen om een antwoord te bieden op de grote capaciteitsproblemen in het buitengewoon onderwijs in sommige regio’s.  

​De Vlor dringt erop aan dat de drempels om een nieuwe school met één type op te richten verder verlaagd worden. Deze drempels houden scholen tegen om hun capaciteit uit te breiden.   

  1. ​Wanneer in het buitengewoon basisonderwijs een nieuwe school wordt opgericht via afsplitsing van een bestaande school, dan wordt dit als een programmatie-aanvraag beschouwd. Dat is anders voor het buitengewoon secundair onderwijs waar zo’n administratieve herstructurering zeer eenvoudig verloopt. De Vlor vraagt om in de toekomst ook voor het buitengewoon basisonderwijs zo’n eenvoudige procedure te voorzien als het gaat om afsplitsing van een bestaande school.  

  1. ​Indien een school volledig nieuw wordt opgericht, dan zijn dezelfde criteria voor een programmatie-aanvraag van toepassing als wanneer het gaat om het oprichten van een nieuw type in een bestaande school. Zo moet bijvoorbeeld aangetoond worden dat de nodige expertise aanwezig is. De Vlor vraagt om deze criteria beter af te stemmen op de eigenheid van een aanvraag tot oprichting van een nieuwe school.    

​Tijdige communicatie naar scholen 

​De Vlor brengt dit advies over de programmatie-aanvragen ruim binnen de adviestermijn uit. De raad dringt bij de minister aan om scholen tijdig op de hoogte te brengen van de uiteindelijke beslissing over hun programmatie-aanvraag, zeker nu het in sommige gevallen over de oprichting van een nieuwe school gaat. Dat laat het decreet nu voor het eerst toe (zie hoger).  

​Tijdige communicatie is noodzakelijk om scholen voldoende tijd te geven om het nieuwe type en/of de nieuwe school voor het nieuwe schooljaar in te richten, ook in samenwerking met andere betrokken actoren. Scholen moeten ook tijdig kunnen communiceren naar ouders. Op het moment dat ouders hun kind willen inschrijven voor volgend schooljaar is adequate informatie nodig over het onderwijsaanbod.