Programmatie in het buitengewoon secundair onderwijs - schooljaar 2020-2021

De Vlor geeft advies over 277 dossiers met programmatieaanvragen voor het buitengewoon secundair onderwijs, waarvan:

  • 4 voor de oprichting van een nieuw type in een bestaande structuur
  • 1 voor de oprichting van een nieuwe opleidingsvorm
  • 2 voor de oprichting van een nieuwe school
  • 270 voor de programmatie van een niet-duale opleiding in opleidingsvorm 3

De Vlor adviseert de aanvragen op basis van de criteria uit de regelgeving en bijkomende criteria.

Grote stijging van het aantal aanvragen

Binnen de gegeven beleidscontext hebben scholen andere beleidskeuzes gemaakt: enkel een zeer beperkte aanvraag, dan wel een aanvraag voor een breed palet aan opleidingen. De raad vraagt dat scholen, ongeacht de keuze die ze in de huidige onduidelijke beleidscontext hebben gemaakt, optimale ontwikkelingskansen krijgen in de volgende jaren.

De Vlor merkt wel op dat de scholen hier moesten werken binnen een onduidelijke beleidscontext, onder meer omdat het huidige regeerakkoord al aangeeft dat de matrix wordt herzien. Een tweede probleem is dat opleidingen voor OV 3 in de matrix zeer smal zijn geformuleerd met een beperkte inzetbaarheid. De Vlor twijfelt eraan of hier de goede keuzes zijn gemaakt. De raad dringt erop aan om de opleidingsstructuur van opleidingsvorm 3 en 4 op een meer toekomstgerichte manier te integreren in een vernieuwde matrix. 

Binnen de gegeven beleidscontext hebben scholen andere beleidskeuzes gemaakt: enkel een zeer beperkte aanvraag, dan wel een aanvraag voor een breed palet aan opleidingen. De raad vraagt dat scholen, ongeacht de keuze die ze in de huidige onduidelijke beleidscontext hebben gemaakt, optimale ontwikkelingskansen krijgen in de volgende jaren.

Tijdig communiceren aan scholen

De Vlor stelt vast dat scholen, na een gunstige beoordeling van een programmatieaanvraag in het verleden, het structuuronderdeel toch niet inrichten omdat ze de normen daarvoor niet halen. Meer bepaald omdat ze hun doelpubliek onvoldoende hebben kunnen informeren over de nieuwe studiemogelijkheden tussen het moment waarop ze verwittigd worden over het goed gevolg dat aan hun dossier wordt gegeven en het einde van het schooljaar. De Vlor dringt er bij de overheid dan ook op aan om de scholen zeer snel te informeren over het gevolg dat aan hun aanvraag wordt gegeven.

Verder verloop

De Vlaamse Regering zal een beslissing nemen op basis van het advies van de Vlor, AGODI en de Onderwijsinspectie.