Advies over programmaties in het volwassenenonderwijs

Op 24 oktober 2011 ontving de Vlor de vraag om advies uit te brengen over 5 aanvragen voor programmaties in het volwassenenonderwijs. Deze adviesvraag vloeit voort uit de toepassing van het art. 64 § 3 van het decreet van 15 juni 2007 op het volwassenenonderwijs. Dit bepaalt dat het bestuur van een CVO dat van de algemene vergadering van het consortium volwassenenonderwijs een negatief kreeg over de uitbreiding van onderwijsbevoegdheid, deze alsnog bij de Vlaamse Regering kan aanvragen. Het artikel voorziet ook dat voorafgaand aan deze beslissing het advies van de Vlor wordt gevraagd. De Vlor kan echter geen advies verlenen over de voorliggende programmatiedossiers omwille van volgende bezwaren:
Wat met consortia in het volwassenenonderwijs ?
De Vlor wijst erop dat de overheid van plan is de structuur en de bevoegdheden van de consortia ingrijpend te wijzigen. Het ontwerp van programmadecreet kondigt de opheffing van de consortia aan in september 2013. In afwachting hiervan en van de implementatie van de Centra voor Leerloopbaanbegeleiding bevat het ontwerp van decreet tot begeleiding van de begroting 2012 een aantal bewarende maatregelen. De consortia behouden wel nog hun adviesbevoegdheid t.a.v. de onderwijsbevoegdheid, maar kunnen niet meer zelf beslissen over de toekenning ervan. De wijzigingen impliceren dat deze bevoegdheid vanaf 1 januari 2012 terug exclusief behoort aan de Vlaamse Regering. Deze adviesvraag komt dus tussen de aankondiging van de nieuwe maatregelen enerzijds en de inwerkingtreding van de bewarende maatregelen anderzijds. Daardoor is het morele gezag van de consortia aangetast terwijl de nieuwe programmatieregels nog niet in werking zijn. Bovendien is het onduidelijk op grond waarvan afspraken tussen de centra over planificatie van aanbod in een bepaalde regio kunnen worden hard gemaakt.
Nieuwe regels voor het toekennen van onderwijsbevoegdheden
Samen met het debat over de toekomst van de consortia en samenwerking binnen het veld van het volwassenenonderwijs, zal de overheid ook het debat moeten voeren over de regels voor het toekennen van onderwijsbevoegdheden aan centra. De Vlor stelt vast dat heel wat consortia afspraken maakten op het niveau van de uitbouw van een aanbod op een bepaalde ‘vestigingsplaats’. De raad vraagt dat de nieuwe regelgeving over onderwijsbevoegdheden de mogelijkheid zou voorzien om een specifieke opleiding toe te kennen aan een specifieke ‘vestigingsplaats’. Vandaag geldt een aanvraag en een toekenning van een nieuwe onderwijsbevoegdheid voor alle (regio-eigen) vestigingsplaatsen van het betrokken CVO, ook al zou het niet de intentie hebben de aangevraagde onderwijsbevoegdheid in al zijn vestigingsplaatsen uit te oefenen. De raad stelt vast dat in sommige regio’s daarover gentlemen’s agreements gemaakt worden. Nu de consortia hun dwingende bevoegdheden m.b.t. planificatie verliezen, zijn deze minder dan ooit afdwingbaar. Mogelijke ‘overtredingen’ vertroebelen de verstandhouding tussen de partners. De raad pleit er daarom voor om het basisprincipe te behouden dat de toekenning van onderwijsbevoegdheid geldt voor alle (regio-eigen) vestigingsplaatsen van het betrokken CVO, maar toch de mogelijkheid te creëren dat de aanvraag en de toekenning van een nieuwe onderwijsbevoegdheid wordt gekoppeld aan slechts één vestigingsplaats. De Vlor herinnert aan zijn advies over het programmadecreet 2012 waarin hij vroeg om advies te worden gevraagd over de programmaties in het volwassenenonderwijs. Dit is trouwens ook in overeenstemming met de procedures die gelden in andere onderwijsniveaus.
Vernieuwing en dynamiek in centra voor volwassenenonderwijs stimuleren
De Vlor vraagt de overheid naar een duidelijk en realistisch hervormingstraject voor het volwassenenonderwijs. Dit is nodig om de centra de nodige dynamiek te geven om binnen een redelijke termijn uitdagingen op het vlak van instroom en de organisatie van het aanbod te beantwoorden. Door de aankondiging van de hervorming van de consortia is een leemte op het vlak van afstemming en programmatie van aanbod ontstaan waarvoor op relatief korte termijn alternatieven dienen geboden. De raad stelt vast dat momenteel centra in de knel geraken zowel voor het aanbod HBO als voor het aanbod van het secundair volwassenenonderwijs. De Vlor vraagt om de centra voor leerloopbaanbegeleiding binnen een realistisch perspectief uit te bouwen.