Advies over de aanvragen tot programmatie in het gewoon secundair onderwijs 2014-2015

De Vlor adviseerde de programmatieaanvragen secundair onderwijs voor het schooljaar 2014-2015. De adviesvraag omvat 203 aanvragen voor structuuronderdelen die programmeerbaar zijn mits goedkeuring door de Vlaamse Regering en 15 aanvragen voor programmatie van niet-programmeerbare studierichtingen.

Criteria

Voor de beoordeling van de programmatieaanvragen voor structuuronderdelen mits goedkeuring door de Vlaamse Regering vertrekt de Vlor van de vier criteria uit het aanvraagformulier:
  • De programmatie beantwoordt aan de behoeften, zowel kwantitatief als kwalitatief, inzake onderwijsaanbod binnen de onderwijszone in kwestie. Daaronder kan ook de programmatie vallen van een structuuronderdeel als noodzakelijke onderbouw van een al bestaand bovenliggend studieaanbod of van studierichtingen op het niveau van de derde graad aso die een hercombinatie zijn van de bestaande polen en die een van de studierichtingen is zoals opgesomd in bijlage 3 van de omzendbrief over het studieaanbod in het voltijds secundair onderwijs van 15/02/1999 (SO 60).
  • De programmatie sluit inhoudelijk aan bij een objectief vastgestelde behoefte op de arbeidsmarkt. Daaronder kan ook de programmatie vallen van een structuuronderdeel waarbij een wettelijke grondslag vereist is om bepaalde beroepen te kunnen uitoefenen of van Se-n-Se –per definitie arbeidsmarktgerelateerd– waarmee de leerlingen een bijkomende beroepskwalificatie verwerven.
  • De programmatie zorgt voor de studiecontinuïteit van de leerlingen binnen de school of scholengemeenschap. Daaronder kan ook de programmatie vallen van specialisatiejaren bso ter aanvulling van de twee specialisatiejaren bso die via omzetting van het naamloos leerjaar gerealiseerd worden.
  • De programmatie past in een convenant.
Voortaan zijn ook een aantal STEM-gerelateerde structuuronderdelen vrij te programmeren. Omdat die lijst volgens de Vlor exhaustief is, voegde hij aan zijn beoordelingscriteria een vijfde criterium toe. Op die basis kan hij de programmaties van structuuronderdelen waarvan hij vindt dat zij STEM-gerelateerd zijn, gunstig adviseren. Om de beoordeling van de dossiers te systematiseren, verfijnde de Vlor ook de criteria van de overheid. Hij beoordeelde elk dossier in zijn geheel en op basis van de kwaliteit van het dossier.

Algemene opmerkingen

Timing bekendmaking nieuwe regeling Onderwijsdecreet XXIII heft de programmatiestop op en bevat de decretale basis voor een nieuwe regeling voor de programmaties in het gewoon voltijds secundair onderwijs. Het besluit van de Vlaamse Regering dat die nieuwe regels uitwerkt, was nog niet definitief goedgekeurd op het ogenblik dat de raad zijn advies formuleerde. De scholen waren wel vooraf op de hoogte van de nieuwe regelgeving via een omzendbrief. De informatie over de uitzondering op de niet-programmeerbare structuuronderdelen op basis van studiecontinuïteit werd pas toegevoegd aan de omzendbrief nadat de termijn voor de indiening voor de scholen verstreken was. Toch waren er al scholen die aanvragen hadden ingediend voor de programmatie van niet-programmeerbare studierichtingen op basis van studiecontinuïteit. De technische werkgroep had ook over deze aanvragen een ontwerp van advies voorbereid. Tijdens de vergadering van de raad deelde de overheid mee dat de regelgeving over de uitzondering op de niet-programmeerbare studierichtingen nog zal aangepast worden en dat de scholen opnieuw tijd zullen krijgen tot 15 februari om aanvragen voor niet-programmeerbare studierichtingen op basis van studiecontinuïteit in te dienen. De raad oordeelde het op dat ogenblik niet meer opportuun om nu al een uitspraak te doen over de al ingediende aanvragen voor niet-programmeerbare studierichtingen op basis van studiecontinuïteit. Hij zal die aanvragen allemaal samen bekijken op het ogenblik dat hij ook een adviesvraag krijgt voor de nieuwe aanvragen voor niet-programmeerbare structuuronderdelen. Hercombinaties Bij de programmatieaanvragen zitten heel wat vragen voor een hercombinatie van bestaande polen in de derde graad aso. Aanvragen voor combinaties waarvan heel weinig leerlingen zitten in de onderliggende tweede graad, adviseert de Vlor ongunstig. In enkele gevallen suggereert hij een inruiloperatie. Dossiers met voldoende leerlingen in de tweede graad die kunnen doorstromen naar de gevraagde studierichting, adviseert de Vlor wel gunstig omdat zij beantwoorden aan een behoefte inzake onderwijsaanbod.

Verder verloop

De Vlaamse Regering neemt een beslissing op basis van het advies van de Vlor, AgODi en de Onderwijsinspectie.