Advies over rationalisatieproblematiek in het Vlaamse hoger onderwijs

Tijdens het debat over de financiering van het hoger onderwijs is duidelijk geworden dat de onderwijsminister bijkomende middelen voor het hoger onderwijs afhankelijk stelt van een rationalisatieproces. In dit advies maakt de Vlor duidelijk dit een complexe aangelegenheid is omdat tal van factoren een rol spelen. Een louter cijfermatige benadering volstaat waarschijnlijk niet om de rationalisatie van het onderwijsaanbod bevredigend aan te pakken. De raad pleit voor een doordacht rationalisatieproces op basis van een langetermijnvisie, waarin de sector nauw betrokken is en de tijd krijgt om in overleg tot afspraken te komen.

Doelstellingen
Als “rationalisatie” betekent: “de beschikbare (overheids)middelen optimaal inzetten om de doelstellingen van een kwaliteitsvol hoger onderwijs te realiseren”, dan is de Raad Hoger Onderwijs daar voor. Hij vindt dat het rationalisatieproces deze doelstellingen moet bereiken:

  • de efficiëntie en doelmatigheid verhogen. Dit is niet noodzakelijk hetzelfde als minder uitgeven, men kan ook nieuwe zaken realiseren of bestaande uitbreiden;
  • kwaliteit van onderwijs en onderzoek verbeteren: bijvoorbeeld door ze beter op elkaar af te stemmen;
  • maatschappelijke relevantie maximaliseren: de economische, wetenschappelijke, of internationale relevantie, maar ook de bijdrage aan het sociale en culturele debat;
  • de werkdruk beheersen en verlagen.
Het optimale onderwijsaanbod is een samenspel van talrijke factoren. Dat vraagt een diepgaand debat. De raad gaat kort in op de rol van twaalf zulke factoren.

Gefaseerd proces
De Raad Hoger Onderwijs stelt voor om verschillende rationalisatietechnieken te combineren in een gefaseerd proces.

  1. Bestaande mechanismen, bijv. visitatie en accreditatie, schaalvergroting en samenwerking in associaties, de kans en tijd geven om effect te hebben.
  2. Het hogeronderwijslandschap cijfermatig in kaart brengen. Daarvoor is volgens de raad een helder referentiekader met definities nodig dat in samenspraak met de sector wordt opgesteld. Voor het rationalisatieproces werkt men beter met richtnormen en procesdoelstellingen dan met rigide referentie- en tolerantienormen.
  3. De meest prangende problemen aanpakken. De overheid moet wel aangeven in welke richting het hogeronderwijslandschap op korte termijn moet evolueren.

Begeleidende maatregelen
Rationalisatie zal implicaties hebben voor de studenten en het personeel. De raad vraagt om het rationalisatieproces niet op te starten vooraleer er begeleidende maatregelen genomen zijn om de sociale effecten te beperken. De raad denkt aan maatregelen voor studenten in verband met studietoelagen, huisvesting, vervoer, studentenvoorzieningen... en voor het personeel over werkzekerheid, inzetbaarheid en mobiliteit.

De Raad Hoger Onderwijs heeft in dit advies zijn globale visie uiteengezet. Hij is bereid om met de overheid mee te denken over de concrete uitwerking.
Download hier het volledige advies (PDF, 59.18KB)