Advies over de aanvragen tot programmatie in het gewoon secundair onderwijs 2016-2017

De Vlor beraadde zich over 19 programmatieaanvragen voor het voltijds secundair onderwijs voor het schooljaar 2016–2017.

Criteria

De regelgeving over de programmeerbare structuuronderdelen mits goedkeuring door de Vlaamse Regering is sinds vorig schooljaar niet veranderd. Het is dus mogelijk om bij de beoordeling van die dossiers dezelfde criteria te gebruiken als voor de aanvragen die vorig schooljaar werden ingediend. De Vlor beoordeelt elk dossier in zijn geheel en beoordeelt ook steeds op basis van de kwaliteit van het dossier. Daarbij houdt hij rekening met volgende criteria:
  1. De programmatie beantwoordt aan de behoeften, zowel kwantitatief als kwalitatief, inzake onderwijsaanbod binnen de onderwijszone in kwestie. Daaronder kan ook vallen:
    • De programmatie van een structuuronderdeel als noodzakelijke onderbouw van een al bestaand bovenliggend studieaanbod.
    • De programmatie van studierichtingen op het niveau van de derde graad aso die een hergroepering zijn van de bestaande polen en die één van de studierichtingen is zoals opgesomd in bijlage 3 van de omzendbrief over het studieaanbod in het voltijds secundair onderwijs van 15/02/1999 (SO 60)
  2. De programmatie sluit inhoudelijk aan bij een objectief vastgestelde behoefte op de arbeidsmarkt. Daaronder kan ook vallen:
    • De programmatie van een structuuronderdeel waarbij een wettelijke grondslag vereist is om bepaalde beroepen te kunnen uitoefenen.
    • De programmatie van – per definitie arbeidsmarktgerelateerd – Se-n-Se waarmee de leerlingen een bijkomende beroepskwalificatie verwerven.
  3. De programmatie zorgt voor de studiecontinuïteit van de leerlingen binnen de school of scholengemeenschap.
  4. De programmatie past in een convenant.
  5. De programmatie betreft een STEM-gerelateerd structuuronderdeel.

Algemene opmerking

Het voorontwerp van onderwijsdecreet XXVI bevat een aantal voorstellen voor de aanpassing van de regelgeving vanaf de programmaties voor het schooljaar 2016–2017. Het was logischer geweest om die wijzigingen af te wachten vooraleer de 19 dossiers die nu voorliggen voor programmaties vanaf het schooljaar 2016–2017, nog niet voor advies voor te leggen. Ingevolge die wijzigingen is het erg waarschijnlijk dat de overheid nog bijkomende programmatieaanvragen ter advisering aan de Vlor zal voorleggen. De Vlor kan nu niet anders dan voor de advisering van deze 19 dossiers, de geldende regelgeving te hanteren. Net als vorig schooljaar heeft de Vlor zich bij de beoordeling van de aanvragen voor een hergroepering van bestaande polen in de derde graad aso gebaseerd op de drie clusters zoals de overheid die al twee opeenvolgende schooljaren gehanteerd heeft bij haar beslissingen over deze dossiers: richtingen met een pool moderne talen, richtingen met een pool wiskunde of wetenschappen en ten slotte klassieke richtingen versus niet-klassieke richtingen. Hij heeft alleen die programmatieaanvragen gunstig beoordeeld die noodzakelijk zijn voor de studiecontinuïteit van de leerlingen van de tweede graad in dezelfde school.

Verder verloop

De Vlaamse Regering neemt een beslissing op basis van het advies van de Vlor, AgODi en de Onderwijsinspectie.