Seminarie Gezondheidsbeleid in diversiteit - 6 februari 2018

Opzet

In zijn advies over het actieplan ‘Hoog tijd voor geZONtijd’, engageerde de Vlor zich om inspirerende voorbeelden aan te reiken van scholen die bij het uittekenen van hun gezondheidsbeleid inzetten op diversiteit.

Op 6 februari 2018 liet de Vlor  scholen aan het woord over hoe zij ‘gezondheidsbeleid in diversiteit’ aanpakken. De Vlor ziet ‘gezondheid’ daarbij breed: het gaat niet enkel om gezonde voeding, maar ook om beweging en sport, en om mentaal welbevinden. Bij diversiteit ligt de focus op armoede: hoe houden de scholen in hun gezondheidsbeleid uitdrukkelijk rekening met die leerlingen die het financieel erg moeilijk hebben?

De getuigenissen van de scholen werden gevolgd door een reflectie van diverse actoren en  deelnemers aan het seminarie. Die was gericht op het formuleren van aanbevelingen over hoe scholen een gezondheidsbeleid kunnen voeren met aandacht voor kwetsbare groepen.

Meer dan 40 Vlor-leden namen deel aan dit seminarie. De deelnemers waren leden van de commissie Onderwijs en Samenleving en van de commissie Diversiteit en Gelijke Onderwijskansen

Inleiding door Brigitte Pycke, voorzitter van de commissie Onderwijs en Samenleving en Kaat Delrue, voorzitter van de commissie Diversiteit en Gelijke Onderwijskansen

Tonen hoe scholen een gezondheidsbeleid kunnen voeren met aandacht voor kwetsbare groepen, kadert in het opzet van de commissie Onderwijs en Samenleving, die binnen de Vlor werkt aan de implementatie van alle maatschappelijke thema’s op school. De commissie focust op gezondheidsbevordering en wereldburgerschapseducatie en op andere educaties met de nadruk op dwarsverbanden ertussen. De bekommernis om een diversiteitsbeleid op vlak van gezondheidsbevordering op school staat uiteraard ook op de agenda van de Vlor-commissie Diversiteit en Gelijke onderwijskansen die ‘diversiteit als meerwaarde’ als leidraad hanteert.

Het is belangrijk dat scholen bij elke beleidskeuze, richtlijn of activiteit gericht op gezondheidsbevordering sensitief zijn voor het feit dat niet iedereen aan de verwachtingen kan beantwoorden. Dit seminarie ging in de eerste plaats in op die leerlingen die in armoede leven, voor wie de gezonde keuze om financiële redenen niet altijd haalbaar is.

De Vlor wil de ervaringen en de conclusies van dit seminarie  meenemen in zijn verdere werking. Hij bezorgt het verslag aan de minister, zodat zij er in haar beleid ook rekening mee kan houden.

Scholen aan het woord

GBS Poelbos Jette

Deze school heeft een gemengd publiek. Vroeger was er vooral instroom van kinderen van wie de ouders in het nabijgelegen ziekenhuis werken, maar sinds de komst van het LOP is de instroom steeds diverser. Voor haar gezondheidsbeleid werkt de school samen met het Nutritieteam van het UZ en wordt ze ook ondersteund vanuit de gemeente Jette.

Het gezondheidsbeleid van de school zet in op voeding en beweging, en, misschien nog belangrijker, op verbondenheid en welbevinden.

Voeding
De leerlingen moeten vers fruit en verse groenten eten op school. Ze eten zittend, zodat de school het overzicht behoudt. Sommige kinderen hebben van thuis geen vers fruit of verse groenten mee. De oplossing komt spontaan: kinderen delen vanzelf met wie niets heeft. Twintig weken per jaar is er gratis fruit; de gemeente Jette past bij.

De school zorgt voor gratis volle melk. Dit is een kleine kost voor de school (aankoop in literflessen, in grote hoeveelheden) met veel ‘winst’: kinderen vinden het lekker, het kost niets aan de ouders, en het is gezond.

Andere, wat minder gezonde snacks zijn niet verboden. De school bakent zeer duidelijk af, via een gedetailleerde lijst, wat mag en wat niet mag. Op deze manier is er duidelijkheid en worden discussies vermeden.

Beweging
De school organiseert drie uur lichamelijke opvoeding in plaats van twee, gedurende twee trimesters. Een uur wordt besteed aan conditietraining, belangrijk voor de fysieke conditie van de leerlingen. Het is gratis voor de kinderen, want het is vervat in het gewone lesaanbod.

De school organiseert zwemmen. Voor sommige kinderen is dit een drempel, ze hebben geen badpak. De school zorgt altijd voor reservemateriaal voor wie geen kledij mee heeft en vermijdt daarbij te stigmatiseren.

De school zet hard in op buitenonderwijs, voor alle vakken, ook voor wiskunde, Frans, ... Dit gebeurt in het bos naast de school, op straat, op de speelplaats, … Ook dit kan een drempel zijn voor sommige kinderen; de school zorgt dan ook voor reservekledij voor wie geen warme kleren of laarzen/oude schoenen (mee) heeft.

Welbevinden en verbondenheid
De school vindt verbondenheid en welbevinden heel belangrijk. Ze wil daarbij de mondigheid en sociale vaardigheid van de kinderen versterken zodat leerlingen kunnen opkomen voor zichzelf en voor anderen.

Ook de ouderraad organiseert buitenschoolse activiteiten om het welbevinden en de verbondenheid te verhogen. Het aanbod is heel divers: voetbal, knuffelturnen, ICT-klas, … De leerlingen betalen daarvoor 60 euro per schooljaar per activiteit. Indien nodig, springt de school financieel bij. Voor die gevallen plant de ouderraad te werken met een ‘sociale pot’ .

De school vindt verbondenheid met de ouders cruciaal, en tegelijk een grote uitdaging. Om nieuwe ouders te betrekken, is de inschrijving een belangrijk moment. Daar moet voldoende tijd voor uitgetrokken worden, het mag geen snelle formaliteit zijn. Andere opportuniteiten om ouders te betrekken zijn het schoolfeest en het oudercontact. Tijdens het oudercontact voorziet de school een hoekenwerking per thema met taalondersteuning. Wanneer ouders komen helpen bij een activiteit, mogen zijn een vriend(in) meebrengen om  de drempel te verlagen.

Er is ook aandacht voor het betrekken van leerlingen. Er is een leerlingenraad, met twee leerlingen per klas. Die leerlingen bevragen hun klas en brengen dat mee naar de leerlingenraad.

Er zijn nog andere interventies om tot meer verbondenheid en welbevinden onder leerlingen en ouders te komen. Kleine dingen die leiden tot veel verbondenheid:

  • Drie keer per jaar is er een speelplaats-doedag. De school heeft in het verleden de ‘Pimp je speelplaats’-prijs gewonnen;
  • Op vrijdag na school  ontspannen ouders en kinderen samen in de tuin tijdens de ‘Cafés in het groen’;
  • Oudere leerlingen mogen de kleutertjes helpen bij het middagslapen; 
  • De directie staat elke ochtend aan de poort.

IBSO Woudlucht Heverlee

Dit is een school voor buitengewoon secundair onderwijs. Gezien de diverse instroom en de eigenheid van de doelgroep staat de school voor grote uitdagingen wat betreft gezondheidsbeleid dat rekening houdt met (kans)armoede.

De school heeft een moestuin, een grootkeuken, sportinfrastructuur, …

De school probeert met duidelijke structuur een open en veilig kader te creëren, zonder stigmatisering. De school stelt vast dat, ondanks het kostenbeleid (waarbij een beperkte inbreng wordt gevraagd van de ouders), steeds meer facturen onbetaald blijven.

De school heeft een gezondheidsbeleid uitgebouwd dat stoelt op vijf pijlers:

  • Sociaal-emotioneel welbevinden;
  • Gelijke Onderwijskansen;
  • Voeding;
  • Bewegen en Sport;
  • Hygiëne

Voor elk van de pijlers wordt ingezet bij het personeel, de ouders en de leerlingen. Focus op welbevinden van het personeel is cruciaal, omdat de motivatie van personeel erg belangrijk is voor het welbevinden van de leerlingen.

De vele, soms kleine, acties zorgen voor een goed resultaat, met de nodige uitdagingen:

  • De school heeft veel kunnen realiseren via sponsoring en projecten, zoals een fitnessruimte op school om de leerlingen de kans te geven op extra beweging, inclusief de mogelijkheid om te douchen op school, een actieplan voeding met steun van de Provincie Vlaams-Brabant, de ontwikkeling van een cd-rom met lessen over gezond eten, … maar deze initiatieven zijn afhankelijk van die sponsoring. Het is geen optie om aan de ouders te vragen om extra te investeren.
  • De school probeert voortdurend de ouders te betrekken, door o.a.:
  • een mobiele kookploeg voor ouders en leerlingen. Dit initiatief is schoorvoetend gegroeid vanuit de vaststelling dat kinderen geen energie hadden omdat de brooddozen leeg waren. Ouders worden persoonlijk aangesproken, er wordt ook gevraagd wat ze verwachten, waarom ze misschien niet komen. De school stelt vast dat evenwichtig en gezond koken een te grote uitdaging blijft voor vele kansarme gezinnen(te ingewikkelde recepten en ingrediënten,  men valt makkelijk terug op kant-en-klare maaltijden, ….).
  • Een poging om vervoer te organiseren om ouders naar school te brengen, kreeg geen respons.
  • Een andere mogelijkheid om een drempel weg te werken is kinderopvang te voorzien tijdens het oudercontact; maar daar botst de school op drempels die te maken hebben met verzekering. De aanwezigheid van de GOK-coördinator op school is cruciaal, maar dat is slechts voor een aantal uren, wat onvoldoende blijkt om echt de band met de ouders op te bouwen.
  • In geval van crisissituaties met leerlingen, moet de school een beroep kunnen doen op externen (therapie), maar daar loopt men tegen wachtlijsten of ingeperkte toegang aan. Dat is een probleem, want de school een opereert niet vanuit een medische setting.

Reflecties

Netwerk tegen armoede

Het Netwerk tegen Armoede waardeert de initiatieven en de bekommernis van de scholen voor kinderen en ouders die het moeilijk hebben.

Wat werkt, is inzetten op aanbod dat toegankelijk is voor iedereen, bijvoorbeeld fruit of soep. Er zijn al heel veel methodieken uitgedacht om leerlingen/ouders te stimuleren om gezond te eten. Er wordt veel geld geïnvesteerd om telkens nieuwe methodieken ontwikkelen, zonder de mensen die het nodig hebben te betrekken. Die methodieken worden ook te weinig geëvalueerd. Het Netwerk tegen Armoede beveelt aan het geld dat aan materiaalontwikkeling wordt besteed, aan te wenden voor aanbod. Zo kan er bijvoorbeeld voor gezorgd worden dat elke school fruit kan aanbieden.

Mensen die in armoede leven hebben constant schaarste. Het gaat om overleven. Dan is een diepvriespizza vaak de enige oplossing. Dat heeft niet te maken met onwil, of met geen prioriteit stellen. De school kan hier niet veel aan doen, maar moet het wel in het achterhoofd houden. Het individueel schuldmodel naar de ouders toe is een valkuil. Het is niet de taak van de school om de ouders te veranderen.

Het is wel de taak van de school om te blijven investeren in betrokkenheid van de ouders (en niet omgekeerd). Dat kan best op een informele, laagdrempelige (= gratis) manier, door tijd te maken (bijvoorbeeld bij het inschrijven, bij het oudercontact). Doelgroepenbeleid voeren, doe je door in gesprek te gaan.

Aanwenden van een ‘sociale pot’ versus stigmatiseren is een uitdaging. Angst voor misbruik lijkt ongegrond, blijkt uit onderzoek. Anderzijds vraagt het Netwerk ook respect voor het recht van de ouders om te willen betalen.  

Vlaamse Scholierenkoepel

Ook de Vlaamse Scholierenkoepel toont heel veel waardering bij de inspanningen op vlak van gezondheidsbeleid met aandacht voor kansarmen. VSK geeft de scholen wel  een belangrijke kanttekening mee: bied een keuze aan, ondersteun leerlingen bij hun keuze, maar verbied niet.

Verder dringt VSK aan op zo veel mogelijk leerlingenbetrokkenheid bij het uittekenen van beleid, en bij het oplossen van probleemsituaties. Het inschakelen van incassobureaus wordt niet als een goede praktijk gezien.

VSK apprecieert de specifieke invalshoek naar hygiëne in het gezondheidsbeleid.

Ouderkoepels

De vertegenwoordigers van de ouderkoepels (namens GO! Ouders, KOOGO en VCOV) hebben de getuigenissen van de twee scholen beluisterd aan de hand van het participatiehuis.

Scholen kunnen deze kijkwijzer gebruiken om in kaart te brengen welke types van ouderbetrokkenheid en -participatie zij hanteren en leiden tot reflectie. De horizontale as bouwt op van betrokkenheid tot participatie, via: mee-leven, mee-weten, mee-helpen, mee-denken, mee-bepalen. Dat kan telkens bekeken worden voor verschillende relaties: ouderwerking - alle ouders; ouderwerking - school; ouder -klas/school; ouder - kind(eren). Het is niet zo dat in elke kamer een kruisje moet staan; maar scholen moeten wel bewuste keuzes maken en zich ervan bewust zijn waarom bepaalde kruisjes er wel of niet staan.

De vertegenwoordigers van de ouders vulden de kijkwijzer in tijdens de twee getuigenissen en stelden vast dat in een groot deel van de kamers kruisjes konden gezet worden. Cruciaal voor ouderparticipatie is dat op een open, constructieve, gelijkwaardige en respectvolle manier wordt samengewerkt. Vertrouwen is daarbij het sleutelwoord.

Bevindingen uit de kennisdelingsdag gezondheidsongelijkheid - Vlaams Instituut Gezond Leven, Sensoa, VAD

De organisaties brachten verslag uit van een kennisdelingsdag: ‘Gezondheidsongelijkheid verkleinen door participatie’. De algemene conclusie is dat inzetten op participatie loont: jongeren voelen zich gewaardeerd. Het is een tijdsintensief, maar efficiënt en effectief proces. Het is belangrijk om de doelgroep van in het begin te betrekken en ook leraren, ouders en professionals te betrekken.

Voorwaarden zijn:

  • Extra tijd en een doe-attitude;
  • Voldoende draagvlak en expertise in organisatie;
  • Tijd inplannen om te evalueren;
  • Soms is het beter om een methodiek te verbeteren, dan om iets nieuws te ontwikkelen;
  • Een methodiek moet aangepast worden aan de lokale context.

Reflectie in groepjes: welke lessen kunnen we trekken uit de getuigenissen?

Wat heeft u geïnspireerd om te werken naar een gezondheidsbeleid met aandacht voor kansengroepen?

  • Uit de getuigenissen blijkt dat werken aan welbevinden even belangrijk is als werken aan voeding en beweging.
  • Werken aan verbondenheid is cruciaal; informele contacten zijn daarbij belangrijk, niet alles kan en moet in regels gegoten worden, op alle niveaus: leerlingen, leerkrachten, directie, ouders, … Verbondenheid creëren heeft tijd nodig.
  • Participatie is belangrijk, op alle niveaus: leerlingen, leerkrachten, ouders, omgeving, context.
  • Gebruik maken van de kennis die beschikbaar is, ondersteuning zoeken bij expertisecentra;
  • Samenwerking werkt! School, omgeving, netwerk van psychologische begeleiding, …
  • Meer middelen helpen echt, via subsidies of via sponsoracties;
  • We zien de voordelen van een geïntegreerd beleid, geen ‘afzonderlijke’ acties voor diversiteit, milieu, verkeer, gezondheid, ...
  • Inzetten op aanmoedigen van een gezonde levensstijl bij kinderen is belangrijker dan te focussen op gedragsverandering bij ouders;
  • Inzetten op toegankelijk aanbod;
  • Kleine stapjes zijn belangrijk, kleine acties kunnen het verschil maken.

Wat zijn de valkuilen bij het werken aan een gezondheidsbeleid met aandacht voor kansarmen?

  • Nood aan meer tijd en middelen; om middelen te vinden op schoolniveau is veel creativiteit nodig, en het personeel is al dermate belast dat hier weinig tijd voor gemaakt wordt/kan worden;
  • Het overstijgen van projectmatig werken, naar structurele inbedding; indien enkel projectmatig, hangt het welslagen van het beleid af van een of enkele personen; als die wegvallen, valt het beleid weg;
  • Nood aan meer expertise in de scholen (kennis van de context en leefwereld; kennis van methodieken; kennis van het aanbod van ondersteunende organisaties);
  • De school moet de grenzen bewaken: scholen moeten/kunnen niet alles doen; tevreden zijn met een kleine stap vooruit mag best;
  • Gevaar om te vervallen in cliché-denken, betutteling, liefdadigheid en culpabiliseren van ouders;
  • Spanningsveld tussen stimuleren en verplichten;
  • Projecten evalueren: blijven proberen mag en is belangrijk, maar evenzeer ‘evalueren’; belang van dissemineren van projecten en aanpakken die werken; over het muurtje kijken!