|
De ‘laatste honderd dagen’ van het schooljaar is traditioneel de periode waarin de laatstejaars van het secundair onderwijs overspoeld worden met infobrochures van hogeronderwijsinstellingen. Ze bezoeken de provinciale studie-informatiedagen (SID-in) om kennis te maken met studie- en beroepsmogelijkheden na het secundair onderwijs.
Aan keuzemogelijkheden geen gebrek, maar is hun uiteindelijke studiekeuze ook een garantie tot succes? Vandaag trok Vlaams parlementslid Kathleen Helsen in De Standaard aan de alarmbel over de slaagkansen in het eerste jaar van het hoger onderwijs en pleitte ze voor betere studiekeuzen naar het hoger onderwijs. De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) boog zich uitgebreid over de studiekeuze naar het hoger onderwijs en bezorgde de minister van Onderwijs een advies.
De Vlor pleit voor een brede benadering van studiekeuze. Deze mag niet enkel worden gemaakt vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt, maar moet een relevante schakel zijn in het continue leerproces van en door de lerende dat bijdraagt tot zijn persoonlijke ontwikkeling. Bovendien is ook het hoger beroepsonderwijs (HBO5) een volwaardige optie om verder te studeren.
De onderwijsraad wijst ook op de verschillende verantwoordelijken in het studiekeuzeproces:
- De secundaire scholen moeten een visie en een beleid ontwikkelen over studiekeuzebegeleiding. Onderzoek wijst echter uit dat leraren zich hiervoor onvoldoende bekwaam achten. Hier is dus nood aan omkadering en competentieverhoging.
- Uiteraard hebben ook de hogeronderwijsinstellingen een belangrijke verantwoordelijkheid. Het keuzeproces van de toekomstige student moet vergemakkelijkt worden door neutrale en kwaliteitsvolle informatie. De Vlor pleit ervoor dat instellingen een gemeenschappelijke gedragscode zouden ontwikkelen voor het verspreiden van informatie over hun studieaanbod. De verantwoordelijkheden van de instellingen gaan echter verder dan enkel de informatie vooraf: zo bepleit de Vlor ook een individuele trajectbegeleiding en remediërings- en heroriënteringacties in het hoger onderwijs.
- De overheid moet aandacht hebben voor de draagkrachtverhoging van het schoolteam. In het kader van de vernieuwing van het secundair onderwijs pleit de Vlor voor voldoende aandacht voor de vraag hoe de structuur en de inhoud van het secundair onderwijs al dan niet een verantwoorde studiekeuze naar het hoger onderwijs faciliteert. Tenslotte verwacht de raad dat de overheid een rol speelt in het onderzoek naar het ‘rendement’ van de studiekeuze.
De onderwijsraad is geen voorstander van toelatingsexamens, maar pleit wel voor ontwikkelen van doorlopende leerlijnen voor leercompetenties. De Vlor doet hiermee appel op het secundair en het hoger onderwijs om samen zelfevaluatiematerialen te ontwikkelen die laatstejaars kunnen ondersteunen bij het maken van hun studiekeuze.
In diezelfde zin pleit de Vlor voor samenwerking rond taalvaardigheid. Onvoldoende Nederlandse taalvaardigheid vormt immers een risicofactor voor de slaagkansen in het hoger onderwijs.
De Vlor vraagt ook een grondige evaluatie van het flexibiliseringsdecreet. Onder bepaalde voorwaarden kan de flexibilisering van het hoger onderwijs een bijdrage leveren aan het bevorderen van een verantwoorde studiekeuze. Dat flexibilisering heel wat mogelijkheden biedt, blijkt onder meer uit het succes van bepaalde schakelprogramma’s. Er ontbreekt echter een accuraat beeld van de effecten van flexibilisering op het studiekeuzeproces. Het is evenmin duidelijk of de mogelijkheden van flexibilisering al helemaal geoperationaliseerd en/of voldoende benut worden door de instellingen. Het is nog te vroeg om hierover scherpe uitspraken te doen. Flexibilisering bevat immers ook een heel aantal studiekeuzebelemmerende factoren. Op middellange termijn is er dus echt nood aan onderzoek over de effecten van flexibilisering, o.m. op het vlak van studiekeuze.
|