praktijkvoorbeelden: taalstimulering
voorzitter: Machteld Verhelst – secretaris: Els Pauels
Inleiding
Taalstimulering Nederlands is 'hot'. Anderstalige kinderen beginnen met een taalachterstand aan het kleuteronderwijs en lijken deze niet te kunnen wegwerken. Alle betrokkenen kijken daarom meer en meer naar het voorschoolse domein.
Hoe kan de taalvaardigheid Nederlands van anderstalige kinderen zo maximaal mogelijk gestimuleerd worden voordat ze de school betreden? En hoe verhoudt taalstimulering Nederlands zich ten opzichte van de andere talen die de kinderen van thuis meebrengen? Kan voor alle talen een win-winsituatie gecreëerd worden? En hoe doe je dat dan?
Spreker: Dr. Koen Van Gorp, coördinator Regulier Onderwijs, Centrum voor Taal en Onderwijs, KU Leuven
Kind en Gezin
Kinderrechten en diversiteit zijn twee centrale waarden voor de werking van Kind en Gezin. Vanuit de missie om elk kind zoveel mogelijk kansen tot ontwikkeling te bieden, zet de organisatie sterk in op taalstimulering en meertaligheid voor jonge kinderen. Een goede taalverwerving is belangrijk voor de intellectuele én emotionele groei van kinderen. Vier grote beleidskeuzes werden opgenomen in een visietekst.
Spreker: Els Pauels (stafmedewerker Kwaliteit - Kind en Gezin, afdeling Kinderopvang)
Tatertaal
De provincie Vlaams-Brabant ontwikkelde samen met het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven) het project 'Tatertaal' voor professionelen uit de kinderopvang. Het is een speelse en duidelijke methodiek om taal bij baby's en peuters in de kinderopvang te stimuleren maar ook het taaltype van de begeleider te bepalen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het speciaal voor Tatertaal ontwikkeld educatief en taalstimulerend spelmateriaal: het 'Tatertaalhuis' en een pakket kinderboekjes. Opvoeders ontdekken de kansen die het Tatertaalhuis biedt om baby’s en peuters taalvaardiger te maken. Ook - maar niet alleen - kinderen die thuis een andere taal spreken, putten voordeel uit een stevige stimulering van hun taalontwikkeling tijdens de baby- en peuteropvang overdag. Door middel van een aantal filmfragmenten worden de begeleiders in de kinderopvang ook bewust gemaakt van het eigen taaltype. Aangepaste tips zorgen ervoor dat er een grotere aandacht gegeven wordt aan de manier waarop de taalstimuli kunnen aangeboden worden.
Sprekers: Myriam Philips (stafmedewerker Kindbeleid Provincie Vlaams-Brabant) en Caroline Moons (wetenschappelijk medewerker Centrum voor Taal en Onderwijs)
Kiekeboe - Hoe gaat het eraan toe in het kinderdagverblijf / de eerste kleuterklas?
Dit prentenboek geeft baby's, peuters en driejarigen een beeld van hoe een dag in het kinderdagverblijf of in de eerste kleuterklas er kan uitzien. De kernboodschap van het hele verhaal is 'kennismaken': het kinderdagverblijf en de eerste kleuterklas maken kennis met elkaars specifieke werking die gericht is op éénzelfde doel: 'maximale kansen bieden aan àlle kinderen’. Er werd heel bewust gekozen voor een prentenboek zonder tekst, zodat wie als verteller fungeert, samen met het kind bladzijde na bladzijde kan groeien in het verhaal en daarbij kan vertellen in de taal die hij of zij het vlotst hanteert in de omgang met het kind. De handleiding ondersteunt ouders, kindbegeleid(st)ers en/ of leraren om samen met het kind het prentenboek te verkennen en erover te vertellen. In de toelichting wordt ook ingegaan op de implementatie van dit project in het veld.
Spreker: Heidi Desmet (opdrachthouder Kinderopvang - GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Onderwijsorganisatie en -personeel)

